Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soort springkevers, die insgelijks beten, en andere insecten, die eerst recht beten, en wier eenige bestaansreden het is den mensch het leven te vergallen. Doch de tooverhand van Sofja Wladimirowna, je voortreffelijke, hötelhoudende dochter, ontrukte ons aan de verschrikkingen van deze vlooien-hel en plantte ons over naar Europa, — in een hötel van ontstellende zindelijkheid, hemelsche behagelijkheid en allerweelderigste luxe."

Hij voelt zich geïnspireerd tot nieuw werk. Luisterend gaat hij door Rusland, begint aan een suite voor orkest met harpen en piano, waarbij hij gebruik wil maken van de thema's, welke hij uit den mond van ,,vele dappere pelgrims dezer wereld" opgeteekend heeft. — „Het program voert van de oevers van Bulgarije over de Zwarte Zee in den Kaukasus naar Kaspië en Fergan tot Birma." — Op de stoomboot tusschen Odessa en Sebastopol, „niet ver van den vuurtoren van Taranchunchut, toen bij de meeste reizigers de zeeziekte begon," noteert hij een Grieksche en een Hebreeuwsche melodie, die twee vrouwen hem voorzingen. De laatste zingt hij zelf meê, „waar ze me om prezen en „Meister" noemden."

Hij bezoekt in Odessa twee synagogen en woont de godsdienstoefeningen bij. Het zingen van Kantor en koor stemt hem geestdriftig. „Mijn heele leven zal ik die melodieën niet vergeten."

145

Sluiten