Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moest 't geschieden, dat 'k heel plechtig Vers na vers de psalmen zong.

Maar m'n oogen gingen vanzelf In de richting van die elf,

In jouw richting, lieve Stjoscha.

En ik ben, lieveling, geen Aljoschja,

Maar een godgeleerde bengel.

Jij bent mooier dan een engel.

Vader Simon zag me kijken,

Maar niets had hij laten blijken,

Tot 't Latijnsche uurtje sloeg.

En hij klopte met een stokje

Op het arme zondenbokje.

Orbis, amnis et canalis, et canalis,

Sanguis unguis et annalis, et annalis ....

Zoo bracht Satan mij warempel Ten val in Gods eigen tempel.

Amnis et annalis,

Sanguis, unguis et canalis Et canalis, et canalis."

En de blauwe stilte scheurde van den lach van Vadertje Krupski. En toen Moussorgsky omkeek, was het de waard, die schaterlachend keek naar het nog half volle glas . . .

Sluiten