Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Klokken luiden. Elke klepelslag een eeuw.

De tijd krimpt, zooals de ruimte krimpt in een troika

met vurige paarden.

De tijd wordt een stip.

En die stip wordt heel klein.

— Waarom was die meikever dood? —

Het licht wordt zwart.

De kamer knelt hem.

Die klokken - - - !

Dat licht! ....

D

e verpleger sluit hem deoogen en denkt: „Wat heeft hij toch geroepen, toen hij stierf?"

In een verre gang fluistert een trage echo: „Christos woskresse!" maar de verpleger hoort het niet.

Sluiten