Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knopen” in bindtouw, en een enkele maal zelfs mochten we mee aan tafel gaan, en gebakken aardappelen met schelvis of aardappelen in de schil met haring mee eten. Ik zie ze nog altijd zo duidelijk voor me, die welbekende schepen: de „Johanna van Waterhuizen , de „Jacob van Duilen” en „Greetje van ’t Hof”. Van de Hollanders hield ik ’t meest! Nog altijd klinken me de „moje” welluidende woorden van de Hollandse schippers in de oren. De mooiste herinneringen uit mijn jeugd hangen samen met die tijd. Maar — ze brengen me tevens de verschrikkelijkste gebeurtenis van mijn leven te binnen!

Eens op een dag — ik kan ’t me nog zo precies voorstellen! — leek de Schlachte wel uitgestorven.

’t Was een paar weken voor Kerstmis. Een zware nevel hing over ’t water, en de Weser was vol drijfijs. Ontelbare grote en kleine ijsschotsen schoven elkaar, aldoor ronddraaiend, langzaam voorbij. Wij jongens, speelden op de kant, en we hadden schik in dat gewoel en gewarrel! We probeerden met lange stokken de kleine schotsen stuk te slaan, en waagden ook nu en dan een sprong op ’t ijs.

En bij ons staat Peter Peine, mijn vriend. Hij is ’t vorige jaar met Pasen aangenomen, en hij wil schipper worden. Maar hij heeft pas een hele tijd in ’t ziekenhuis gelegen met erge longontsteking. Nu is hij weer zover genezen, dat hij in ’t voorjaar zijn eerste reis zal mogen maken.

Op een Oost-Indievaarder wil hij op zee. Allerlei mooie verhalen heeft hij ons, jongens, al verteld van de wonderen van vreemde landen en de heerlijkheden van het zeemansleven!

Nu, die staat daar bij ons, en hij roept waarschuwend: „Laat dat toch! Laat dat toch! — Anders loopt het niet goed af!”

Wat zou er dan niet goed aflopen? Ja, en waarom dan niet?

Wij lachten hem uit en noemden hem een bangerd! En Jan Beijer, de moedigste van ons drieën, riep verachtelijk: „Wat zal jij wel op zee beginnen, als de stormen razen en het schip op en neer danst, — als jij hier aan de wal al zo bang bent?

„Och, wat zou jij van de zee weten, jij landrat? zei Peter weer,

Sluiten