Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreft, helaas, ik moet ’t zeggen, die is van angst en schrik, zoals

Uedele al begrepen hebt, gestorven O, riep de ridder, en

jullie begrijpen wel, dat-ie vreselijk huilde, want in die tijd hielden de ridders heel veel van d’r vrouw-...”

„Schiet je op?” vroeg Ko.

„Och, stil nou-... laat ’m nou vertellen!”

„De Ridder,” hervatte Gert zijn verhaal, „was wel vreselijk bleek geworden en geschrokken, maar toch wou-ie van Hagard weten, wat ’r dan eigenlijk gebeurd was, en waarom er geen mens anders als Hagard op ’t kasteel was achtergebleven

„En toen ging Hagard zijn heer voor naar de torenkamer, die

jullie ook gezien hebben en daar zette Hagard een stoel voor

hem neer; hij ging zelf — omdat ie zo oud was, mócht dat — hij ging zelf in een van die venstemissen zitten en vertelde: Op diezelfde stoel, waar u op zit, edele ridder, heeft mevrouw de Ridderin.”

„Och nee-... klets.... die bestonden niet!” riep Ko weer.

„Ga maar door, Gert.... t wordt nou juist mooi!” zei Pim, en de anderen, die nu allemaal hun maag weer gevuld hadden, terwijl alleen de verteller nog met een halve boterham op zijn knie zat, knikten ook, dat Gert door zou gaan. Ze schoven dicht naar hem toe op de rand der put; Henk en Ko zaten tegenover Gert, en ze luisterden weer met open mond naar het verhaal van fantasie, dat Gert met een stalen gezicht te verzinnen zat....

„Op diezelfde stoel, waar u nou zit, edele heer, heeft mevrouw de gravin — zó dan? — gezeten van ’t ogenblik af, dat Uwe edelheid over de grenzen trok. Hagard, zei ze, ik wil van deze dag af uitzien over de bossen, totdat hij wederkomt, en ik beloof plechtig, dat ik deze torenkamer niet zal verlaten, totdat ik mijn heer gemaal met mijn zakdoek ’t welkom zal hebben toegewoven.... Wij moesten mevrouw de gravin d’r ledikant hier zetten, meheer de Ridder, en mevrouw d r eten boven brengen, en zo zat ze dag aan dag aan t spinnewiel voor dit kleine venster en het spinnewiel

snorde onophoudelijk Maar het duurde niet lang of mevrouw

de gravin begon d’r vreselijk bleek uit te zien, en of Maria en ik

Sluiten