Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen werd de gravin in eens vreselijk bleek en zei: O, nu is het wel zo, nu weet ik zeker, dat mijn heer gemaal gestorven is.... iedere nacht is hij mij al verschenen, en ik durfde nooit wat te

zeggen, Hagard, omdat ik meende, dat dromen mij bedrogen

En de gravin weende zeer. Maria sloeg een kruisje en zei: Edele gravin, mijn broeder heeft eenmaal gezegd, dat zulke verschijningen dikkels bedrog en dromen zijn, alleen als u met ze spreken kan, dan bedriegen ze niet- • • • Heeft u ooit geluid gehoord van het spook!....” Nee, zei de edele vrouw. Welnu, zei ik, dan zullen we ons niet ongerust maken, als mevrouw dan beneden ging slapen, dan zou ik die bovenkamer nemen en ’s met die verschijning onderhandelen. ... Edele heer, mevrouw de gravin wilde hare belofte niet breken, en liet nog liever uw dienaar de wacht houden, dan dat zij de torenkamer verliet*...

Het was nacht, stikdonkere nacht* • • • De wind gierde door de bossen en floot langs de tinnen van ’t kasteel-... Te middernacht

bedaart plotseling de wind en meteen, terwijl mevrouw de

gravin en ik met angstvolle ogen naar de gesloten deuren staren, begint weer het stille, geheimzinnige trappengekraak....”

„Hè! ’ huiverde Adriaan, en Ko keek sip den verteller aan. Allemaal naar Gert overgebogen, keken ze hem de woorden haast uit zijn mond.

„Daar gaat langzaam, heel langzaam, de gesloten deur open

en een lange gestalte, sprekend de uwe, edele heer, komt stap, stap, nader-... en blijft staan. Uw dienaar Hagard sidderde, mevrouw de gravin zonk neer op haar bed, terwijl het spook de hand strekte naar uw arme gade.... Toen vermande ik mij en sprak: Zijt gij een geest?.... Spreek.... en ’t spook sprak, somber en met een stem als uit het graf zei het: „Lever! Le....ver!

„We staarden ontzet-... Wat betekenden die woorden: Lever! lever.... Wat is er met die lever? zei ik bibberend-... Ze hebben. ... mijn.... lever.. • • opge- •. -geten.... sprak de grafstem weer, en nogmaals, heer, verzamelde ik mijn moed en vroeg: Wie- • heeft dat dan gedaan? ’t Spook strekte opnieuw de hand*...”

Sluiten