Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henk glimlachte even ’t Is m’n eigen schuld,” zei hij, „ik

hoefde niet zo te schrikken, ’t was maar ’n aardigheid!

„Ja, maar ondertussen komt ’t door mij!” klaagde Gert. „As er nou maar een dokter hier was • • • •

„Ja, as, as.. •. as is verbrande turf!” zei Ko.

„Weet je niks beters!” nijdigde Adriaan, want ze waren allemaal uit d’r humeur.. • . Gert had toch zo leuk verteld, hè, als nou die narigheid er maar niet bij was gekomen....

„We zullen Henk op de plank leggen,” stelde Pim voor. „Hier, mijn jas onder zijn hoofd, en dan dragen we ’m zo naar „Weinig

G*» *»

enoeg .

Gert zag Pim met een dankbare blik aan.

„Zou dat gaan, Henk?” vroeg hij. Henk knikte.

Voorzichtig werd Henk op de plank gelegd, met Gert s jas dubbel onder zijn hoofd, want Gert wou niet, dat Pim er zijn jas voor gaf- •.

’t Dreigen door de bossen ging moeilijk, ze moesten telkens even neerzetten.... ach, als Henk maar niet zo kreunde- • - • ’t was niet om aan te horen....

De zon ging in ’t Westen heerlijk onder. Hoog in de boomtoppen zongen de vogels, een merel jubelde zijn zang, dat ’t klonk over de velden.

En de jongens droegen, stap, stap, heel voorzichtig hun kameraad naar de vriendelijke hoeve.

G. Schrijver.

Uit: De Jongens van de Club.

’s-Gravenhage, D. A. Daamen. Rijpma, Jonge Kracht I.

3

Sluiten