Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE DORPEN.

Als je als Europeaan in Indië woont, hangt het van je betrekking af, waar je terecht komt. De meeste mensen wonen wel in grote steden; daar zijn dan zoveel Europeanen, dat je er veel vrienden en kennissen vindt, en van de Inlanders merk je er maar weinig. Wel heb je Inlandse bedienden en Inlandse werklui, maar de Inlanders wonen in de steden in aparte wijkjes (kampongs); de Inlandse kinders gaan op aparte scholen, zodat je de Inlanders wel ziet, maar nooit veel spreekt en nooit met hen meeleeft.

Zodra je buiten moet wonen, in dorpjes of kleine vlekken, wordt dat wel anders. Dan woon je er meer tussen in, en je ziet de Inlanders meer in hun gewone doen.

Voor het allergrootste deel zijn de Inlanders uit de dorpen boeren. Ze verbouwen vooral rijst, en dan ook nog Turkse tarwe, groenten, bonen en erwten, en Spaanse peper. Om de dorpen zijn vruchtbomen geplant en bijna altijd zie je de lange kale stammen van de klapperbomen met een bos mooie bladeren bovenaan boven de vruchtbomen-bosjes uitsteken.

Helemaal tussen de bomen verscholen liggen dan de hmzen van ’t dorp. Die zijn zo leuk eenvoudig gebouwd; meestal van hout of bamboes en van matten uit palmblaren gevlochten. Meestal is de vloer van planken over hard houten of stenen voetstukken heen gelegd, een eindje boven de grond. Waarom dat is? Voor de beesten en de regens. Denk eens aan de witte mieren! En dan de grote overstromingen bij de geweldige regens.

Als alles voor zo’n huis bijeen ligt-. • • de planken voor de vloer (soms wordt er ook voor de vloeren een vlechtsel van bladeren of vezels gebruikt), de matten voor muren en dak en de bamboes of houten pilaren voor de stijlen en de daklijsten, dan kun je zo’n huis in een paar uren in elkaar zetten, net of t kinderspeelgoed was! . _ ....

Ramen zijn er niet in; wil je ergens licht, dan snij je een vier-

Sluiten