Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar bij ’t bliksemlicht afwachten, totdat ’t over zou zijn. En ’t ging ook wel over. Maar wat bleek toen? Ons mooie nieuwe huis was helemaal scheef gezakt langs de helling. En ’t zag er wel wat griezelig uit, op die manier kon ’t wel eens helemaal in ’t water glijden. Maar de koelies wisten wel raad. Een klom er op ’t dak en maakte aan de nok een stevig touw vast. En toen begonnen de anderen op de grond aan dat touw te trekken. Vooruit maar, ’t ging, met veel inspanning kwam het hele huis weer recht te staan. En toen bonden ze ’t touw vast aan een dikke boom in de buurt en op die mooie manier is ’t huis ook bij volgende stormen niet in de zee gegleden.

Zo’n Inlander-huis is meestal niet erg groot; altijd een open verandah (voorgalerij heet dat hier) als woonkamer en dan een paar slaapkamers. De keuken is een klein schuurtje, ergens achter aan ’t huis, buiten; en daar zijn ook de stallen. Zo leven de Inlanders daar met hun beesten, hun kippen en eenden, geiten, karbouwen en koeien en paarden soms. Je hoort er het gekoer van de duiven in kooitjes, dikwijls ook het geschreeuw van kakatoea’s en lorries, het gepraat van beo’s. En je ziet overal kleine Inlandse kinders. Als die nog klein zijn, spelen ze de hele dag, dikwijls spiernaakt, bij de huizen rond. Ze spelen met steentjes en bloemen, met water en modder, met de beesten, met lege blikjes en flessen. En altijd door willen ze wel eten. Ze snoepen vruchten, die hier meestal veel groeien, en ze eten rijst, rijst en altijd weer rijst, met allerlei lekkernijen erbij. Net als hun ouders eten ze met de vingers en ze gebruiken meestal ook geen borden, maar een stuk pisang- (bananen-) blad, waar ’t eten wordt ingepakt als in een papiertje. Zo kunnen ze ook makkelijk hun maaltje meenemen naar de plaats, waar ze graag willen spelen.

Als de kinders al een beetje groot zijn, moeten ze helpen bij ’t werk. De rijstkorrels, die, als ze geoogst zijn, in bruine velletjes zitten, moeten in een rijstblok (een holle boomstam) met een houten stok worden gestampt, totdat ze mooi uit de velletjes te voorschijn springen. Daaraan moeten de meisjes helpen en in elk dorp op Java kun-je in een massa huizen het geton-ton van de rijststamper in ’t rijstblok horen. En bij de oogst moeten ze helpen en bij

Sluiten