Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

’t wieden van ’t onkruid, en de kleine jongens moeten de karbouwen verzorgen.

De karbouw (buffel) is het geliefde huisdier van de Inlanders op Java. Het zijn grote logge dieren, en heel sterk. Er zijn allerlei verhalen over alles, wat een boze karbouw wel voor kwaads kan doen. Een mens op zijn grote horens nemen, een mens en paard omrennen, huizen omtrappen, enz. maar in ’t algemeen is de karbouw een allerzachtst dier, dat heel gehoorzaam is aan de kleine herdertjes. Die kleine jongens laten de karbouwen weiden en baden in de rivieren en poelen, en intussen spelen ze met elkaar, blazen deuntjes op kleine fluitjes en vertellen elkaar sprookjes. Ze spelen soms ruitertje op de karbouwen, soms glijbaantje van de hoge rug van ’t dier af, en de beesten gaan bedaard hun gang en komen gehoorzaam als ’t kleine ventje ze roept. En sommige kinderen in de dorpen gaan ook naar school en leren lezen, rekenen en schrijven van een Inlandsen schoolmeester.

Wanneer de dorpen dicht bij de grote steden liggen, zie je elke ochtend heel vroeg massa’s mannen en vrouwen naar de steden trekken. Die gaan daarheen met koopwaar, vruchten en groenten, kippen en eenden, eieren, brandhout en allerlei gerei, dat de grote kinders en de ouders in hun vrije tijd thuis maken. Allerlei vlechtwerk zie je dan, mandjes en hoeden, bezems uit vezels gebonden, lepels en schepemmertjes uit klapperdoppen gemaakt, soms aardewerk. Er zijn er ook, die in de bossen bij de dorpen mooie planten hebben gezocht en uitgestoken en die te koop aanbieden. Tegen de avond komt dan de stroom van dorpelingen weer thuis, nu zijn zij beladen met alles wat ze op de stadsmarkten hebben gekocht van ’t verdiende geld. Nu sjouwen ze met olie en gedroogde vis, met katoen voor kleren, met lekkernijen en sieraden.

Een enkele keer komt er ook wel eens een marskramer naar de dorpen. Heel dikwijls is dat een Chinees, die gaat dan van huis tot huis en tracht zijn waar te verkopen. Garen en band, of ingemaakte groenten, of lekkernijen, of galanterie-artikelen, schoensmeer, zeep, grof eetgerei, spiegeltjes, kapstokjes, bloempotjes, ja van allerlei. Maar veel verkeer is er neit; de mensen leven maar dood-

Sluiten