Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rustig verder; ze werken, ze eten, ze slapen, ze vertellen elkaar sprookjes en verhalen uit de oude tijd.

Ja, heel dikwijls liggen die dorpen niet eens aan een grote weg, niet aan een rijweg.

Kun je je dat voorstellen ? Dan zijn er alleen maar smalle voetpaadjes tussen de rijstlanden door en als ganzen achter elkaar Ioopen de Inlanders van ’t ene dorp naar ’t andere. Dikwijls gaat de weg dwars door een rivier; als er weinig water in is, kun je misschien op de stenen droog overspringen, maar anders moet je maar waden. En bij ’t dorp houdt dan de weg op aan een heg. Een ondoordringbare heg van bamboes of van stekelige planten omringt meestal het hele dorp en bij de ingangen zijn poorten gemaakt en ’s nachts gaan de hekken dicht en een paar man houden er de wacht! Is ’t niet net als een verhaaltje uit de middeleeuwen? En op holle boomstammen worden de uren ’s nachts geslagen, en ook nog seinen als: dief, dief of brand, brand of moordenaar, zodat dan ineens alle inwoners van ’t dorp zijn gewaarschuwd, als er onraad is.

En naar al die kleine dorpjes midden in de rijstvelden wordt de rijpe rijst in de oogsttijd in bossen naar huis gedragen. En als daar de rijst gedroogd is, worden de bossen soms weer verder gesjouwd, naar een grote schuur of naar een opkoopplaats. En dikwijls liggen de kleine dorpjes uren ver van een grote plaats met rijwegen af en dan moeten die mannen uren ver maar lopen met hun oogst aan een stok over de schouders, ’t Gaat hier anders toe dan bij jullie, waar immers de grote boerenwagens het land oprijden om de schoven te halen?

G. J. Rutten-Pekelharinc.

Uit: Verhalen over Indië.

Amsterdam, Koloniaal Instituut.

Sluiten