Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een koffer had Oeke niet te pakken. Wat hij acin had was zijn hele bezit, en zijn heel bezit was wat hij aan had — een broekje en een gescheurd jasje — en een amulet aan een touwtje om zijn hals, dat was alles en het was heel makkelijk.

Ik ken rijke heren, die eerst twee en zeventig koffers moeten inpakken voor zij op reis gaan en dan doodmoe zijn voor ze een uur van huis zijn. Bij Oeke was dit niet zo. Hij ging zoals hij was. Hij gooide het laatste hapje rijst in zijn holle hand naar binnen, streek zijn vingers eens af aan zijn broekje en zei: „Ik ben klaar!”

Het afscheid van vader en moeder en de zusjes ging ook heel gewoon. „Slamat!” zeiden ze in hun taaltje — en daarna was het afgelopen. Kleurlingen kussen niet; dus daar was geen sprake van en Oeke keek zelfs niet meer om naar de grote grijze zee, die ver achter het strand lag te glinsteren en altijd maar hetzelfde geheimzinnige lied zong.

Hij keek naar heel wat anders! Naar de uniformen der soldaten die naast hem stapten, naar hun stevige benen in laarzen en hoge slobkousen en de bajonnetten van hun geweren.

Het was of hij zelf ook een soldaat was en Oeke’s gezichtje stond heus een beetje zelfgenoegzaam, toen hij de kleine onder hun dak verscholen huisjes voorbij ging, waar vele bekende ogen hem door de kleine vensters nakeken. Toen hij een klapperbos voorbij trok, was het waarlijk of de brede kruinen op de hoge lange stammen zich naar elkaar toe bogen en fluisterden „daar gaat Oeke!”

Dapper stapte Oeke mee, een dag, nog een dag, en nog een dag lang. s Nachts sliep hij bij de soldaten in het open veld onder de glinsterende sterrenhemel; eenmaal in een groot leeg huis, boven op een heuvel, en de derde dag kwamen ze midden in de bergen. Daar was het klauteren! Oeke voelde wel dat zijn benen moe waren en ook zijn schouder, want daar hij toch wat doen moest voor de kost, had hij voor verscheidene soldaten om de beurt het geweer moeten dragen. In de plaats daarvoor kreeg hij een liedje te horen, want de soldaat, die zonder wapen liep, moest de andere wat voorzingen. Dat was aardig. Oeke verstond niet wat de soldaat zong,

Sluiten