Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesloten. Er kon niemand meer in of uit. Behalve de wakers sliep alles rustig.

Opeens in de diepte een schot dan een schreeuw. In een

ogenblik werd er alarm geslagen. Van vijf plaatsen kwam het tok-tok-tokke tok op het blik en iedereen werd wakker. In de kazerne was er gestommel en er werd geblazen

In de drie officierswoningen werden lampen aangestoken. Het hele bivak was opgeschrikt. Waarom was er geschoten? Wie had het gedaan? Kwam het schot van buiten of had een der onzen het gelost? Was er onraad?

Maar al gauw werd het opgelost. De sergeant van de wacht bracht het rapport aan ons huis. De schildwacht bij de poort links had een gedaante zien sluipen. Hij had geroepen, maar geen antwoord krijgende, had hij gemeend met een ontvluchtenden gevangene te doen te hebben. De man had zich door het prikkeldraad

heen willen werken, toen had hij geschoten „Maar ’t is geen

gevangene, zei de sergeant, „het is die kleine vreemdejongen, die bij u werkt ”

Het gaf een schok. Kleine Oeke! ik rende het huis uit, de heuvel af — de weg leek me eens zo lang naar de poort links — mijn hemel! dacht ik hoe kan dat in zo’n mooie kalme nacht — met die maneschijn !

0! die maneschijn, die kalme mooie uitwazende schijn om mij heen, om de bomen, over het gras! hoe liefelijk was alles en wie weet wat ik zou zien straks! Ik ging langs ’t hertenkampje waar Oeke zo thuis was — de hertjes kwamen uit het huisje en schreeuwden mij toe. Ze waren zo nieuwsgierig! en ik liep maar door, langs het bamboebosje, rechts af op de poort links. Daar stond een donker troepje mensen en toen ik dichter bij kwam zag ik, dat ze om Oeke heen stonden. De ziekenvader was juist bezig hem op te tillen.

„Is hij dood?” vroeg ik.

„Goddank! en nu hoorde ik ’t. Hij had maar een schampschot aan zijn been — maar hij was bewusteloos, van de schrik zeker.

We gingen allen mee achter de stoet, die den kleinen jongen naar het ziekenzaaltje bracht en daar lieten we hem voorlopig aan de

Sluiten