Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VLAAMSCH KINDJE IN HOLLAND.

Ze lag in het bedje, zoo warm en zoo zacht,

Zoo veilig beschut tegen naadrenden nacht.

En ze kuste de vrouw, die ’t „goenacht” haar nu sprak, Die gespreid had het bedje onder ’t gastvrije dak.

Maar toen ze alleen bleef in ’t kamerke kleen,

Toen dacht ze aan vaderke, verre nu heen.

Aan vaderke, ginds in de groote Armee,

En ze snikte, daar ’t keeltje zoo’n pijn haar nu dee.

En ze dacht er aan moederke: Waar zou die zijn?

En de oogjes, die gloeiden in stekende pijn.

En ze dacht aan de broerkens, de zusterkens thuis,

Die ze ’t laatste gezien had bij ’t brandende huis.

En ze snikte en wreef zich de oogjes steeds uit,

En schreide heel stille met schokkend geluid.

Ze lag in het bedje, zoo warm en zoo zacht,

Zoo veilig beschut tegen naadrenden nacht.

Zoo veilig bezorgd was het kindeke kleen,

Maar vaderke, moederke, alles was heen.

Uit: Het Handelsblad van 29 October 1914.

Nine Minnema.

Sluiten