Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DROOMPAARD.

De schrijver, die op de tweede verdieping van een Amsterdams bovenhuis woont, droomt dat hij twee paarden heeft en dat de palfrenier met deze paarden voor het huis staat.

„Breng ze maar op, John,” schreeuwde ik, terwijl ik de huissleutel afwierp.

Hij opende de huisdeur, nam het bruine paard bij de teugels, trok het ’t portaal in. Vreemd — twee-hoog paarden! Ik liep naar de hoge, steile trap, zag John beneden wurmen. Het paard ging geweldig te keer, steigerde, bliefde zich schrap te zetten. Ik wierp een kropje salade halfweg. Het paard trappelde de trap op, greep de krop, liep weer achteruit, keek mij met zware, fonkelende ogen aan. Wat zo’n beest ’n streken kan hebben!

„Geef ’m ’nmep John!” schreeuwde ik, zwetend van inspanning.

John sprong op het gezadelde paard, gaf het de sporen.

Zonder uitwerking. Het edele dier hinnikte smartelijk met de krop sla in zijn bek, weigerde pertinent.

Op het geraas kwam de juffrouw van één hoog op haar portaaltje.

„Wat mot dat nou?” vroeg ze zeurig.

„Ik mot me paarden,” lei ik uit.

„Nou, da’s wat moois voor me trappe,” klaagde ze.

„’k Zal je d’r wat voor geven,” zei ik edelmoedig.

„Nou, kijk nou is, hoe dat beest me schone trappen bevuilt,” begon ze te kijven.

„Pas maar op,” waarschuwde ik: „als je overreden wordt, is het te Iaat”.. • •

Het paard, opgejaagd door mijn palfenier, had een sprong genomen, hamerde trappen op alsof het huis werd afgebroken — bleef in de kromming steken.

De trappen en gangen van een huis in de Pijp zijn niet op paarden berekend.

„Achteruit, John!” kommandeerde ik. Mijn hospita is lang niet

Rijpma, Jonge Krackt. I. 5

Sluiten