Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paard had haar spionnetje omgehaald, daarenboven met zijn kwispelende staart een bloempot van het kozijn geveegd.

„John!” brulde ik hees: „Kun je niet beter afhóuen! Uilskuiken! Ezelskop! Als je denkt, dat dat goed voor beesten is, heb je ’t mis!”

Weer trok ik onrustig aan het touw, zet voor zet, geduldig, hijgend, zwetend, tot ik ’t hoofd weer boven de gootrand zag. Met inspanning van alle krachten, wond ik nu eerst het touw om een poot van het ledikant mijner hospita, klom in de goot, aaide het dier, dat enigszins nerveus was. In zijn manen hing het spionnetje van één hoog, aan zijn rechter-achterbeen een gedeelte van een balkonbalustrade. De huizen in de Pijp worden niet over-sterk gebouwd. Ik greep het dier nu bij het gebit, poogde het op te tillen. Ik trok de voorbenen over de rand heen en het verstandige dier trachtte zich op te zetten.

Maar op dit moment schoot het touw los van de poot van het ledikant en scheelde het weinig of ik ging mee omlaag. Weer hoorde ik de metalen klikken der neerkletterende hoeven en nogmaals, nu meerder uitgeput en afschuwelijk zwetend, begon ik de lijn in te halen. Het paard was het eerste balkonnetje al voorbij, toen John schreeuwde op te houden. Steviger dan straks bevestigde ik het touw, keek over de gootrand. Er stonden beneden heel wat nieuwsgierigen en een majoor van politie.

„Dat mag zo maar niet,” riep de agent.

„Waarom niet?” — riep ik.

„Omdat het niet mag, riep hij weer.

„Nou ze motten gestald worden,” hijgde ik.

„Da’s me wat móóis,” zei de majoor.

Toen hees ik vérder, greep nog eens het paard bij het hoofd en met een ruk van vertwijfeling kreeg ik het bij mij in de goot, waar het hinnikte van blijdschap. Terwijl had John het bruintje de trap opgeleid.

Wij begonnen de paarden te roskammen, konden evenwel niet beletten, dat zij al stampend door de vloer heen trapten. De huizen in de Pijp zijn niet stevig.

Toen ik dan ook een ogenblik later met mijn familie aan tafel

Sluiten