Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zat en de hospita balletjes gehakt met rode kool opdiende, keek zij mij verwijtend aan, wijzend naar het plafond, waardoor beurtelings een wit en een zwart paardebeen staken:

„Mijnheer,” zeide zij, „dat was niet geconditioneerd. En de poot van me bed is ook helemaal krom*...”

Herman Heijermans.

Uit: Kleine Vertelsels.

Maatschappij voor goede en goedkope lectuur, Amsterdam.

DE PAS VAN DRIE.

Daar was eens in een heerenhuis Een rijk versierde zaal;

De stoelen hadden zittingen Van zijde — allemaal.

Op elke leuning stond een kroon, Een kroon van zuiver goud;

De tafel droeg een mozaïek Van zeven soorten hout.

En langs de wanden hing rondom Tapijtwerk, dik en zwaar,

Geweven in een Vlaamsche stad Voor meer dan honderd jaar.

Er was een venster in die zaal,

Dat twintig ruitjes had,

Elk droeg een kleurig wapenschild En was in lood gevat.

Een lang gordijn van bruin fluweel Hing aan den linkerkant,

Met blinkend gouddraad rijk bestikt En franje aan den rand.

Sluiten