Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er was een ouderwetsche schouw, Een kroonlijst liep er rond, Waarop, van Saksisch porselein, Een tweetal beeldjes stond:

Een aardig herderinnetje Dat, leunend op haar staf,

Een herder, die de dwarsfluit blies, Tersluiks een oogje gaf.

Ze stonden daar al menig jaar Zoo stil, als dat moet zijn, Wanneer je bent vervaardigd van Blauw-Saksisch porselein.

Toch hielden ze hun deftigheid Alleen maar overdag;

Maar o, wanneer te middernacht Geen sterveling hen zag!

Des avonds, als de volle maan Den boom vóór ’t huis bescheen Dan vielen lange schaduwen Door ’t hooge venster heen.

Ze klommen bij de muren op,

Ze schoven langs den vloer,

Ze gleden over porselein,

Kristal en parelmoer;

Ze kwamen en ze gingen stil;

Ze werden eiken nacht Door al wat in de kamer stond Opnieuw terug verwacht.

En als ze kwamen, als meteen Van buiten over ’t veld Een klok het uur van middernacht Plechtstatig had gemeld,

Sluiten