Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar buiten deed de lichte maan Haar stillen ommegang;

Men hoorde, in een weidesloot,

’t Eentonige gezang Van kikkers in den zomernacht, Terwijl in ’t ver verschiet Van tijd tot tijd een torenklok De uren hooren liet.

Maar op den breeden schoorsteenrand Daar klonk de melodie:

Daar danste ’t herderinnetje Verheugd den Pas van drie.

Dat duurde voort, tot aan de kim Een rosé gloed verscheen,

Totdat de schaduw in ’t vertrek Verbleekte en verdween.

Dan klonk in telkens zachter toon Het lied der herdersfluit:

Eén laatste lange triller nog....

En daarna was het uit!

Maar ook het herderinnetje Werd telkens minder vlug;

Ze danste naar haar voetstuk heen, Maar danste niet terug.

Ze streek de kanten rokjes glad,

Ze keek den herder aan,

En daarna was het ook voor haar Met ’t dansen weer gedaan.

Wanneer de zon nu hooger klom En ook eens kijken ging,

Dan zag ze in de heele zaal Niet één verandering.

Sluiten