Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een paar dikke druppels en een dwarrelende wind volgden op zijn woorden. Zo gingen we samen de hut binnen, waar een jongere man bij een klein vuurtje twee kommen koffie stond in te schenken, uit een zwart berookte ketel.

De hut bestond uit een dak van dennestammen en plaggen, boven een vierkant in de grond uitgegraven kuil.

Aan het achtereinde der hut was op oud Germaanse wijze, boven het vuur, een opening in het dak gelaten, om de rook een uitweg te geven.

Aan de kant waren een paar banken van zand gespaard, die elk met een bos stro belegd, tevens als slaapplaats dienst deden. Het vuurtje verspreidde een zwak rood schijnsel in dit uiterst eenvoudige verblijf.

Spoedig zaten we alle drie gemoedelijk om het vuur, elk met een kom warme koffie in de hand en de beide mannen aten hierbij hun avondbrood.

We hoorden in de verte af en toe gerommel van naderende donder; en ik weet niet meer hoe het zo ter sprake was gekomen, maar toen de oude zijn brood op had, vertelde hij van den wilden jager1).

Er was eens een oude boer, die een enigen zoon had, van wien hij weinig pleizier beleefde. Hij liet zijn ouden vader maar werken en verdeed zijn tijd aan drinken en jagen. Vooral jagen was zijn grootste lust. Alleen als hij honger had, of zijn honden voeren moest, kwam hij thuis. Noch de vermaningen van zijn vader, noch de smeekbeden zijner moeder, konden hem er toe brengen, thuis een kalm een werkzaam leven te leiden. Op een keer thuis komende, vond hij zijn vader ziek te bedde, en zijn moeder in diepe verslagenheid. s Nachts werd het heel ernstig met den zieke en des anderen daags was de oude man stervende; wat den zoon evenwel niet belette alles in gereedheid te brengen voor een nieuwe tocht.

7 De Wilde Jager is een in verschillende varianten nog algemeen in N.W. Europa voorkomende sage en een overblijfsel van het geloof der Germanen. Het is Wodan met zijn raven en wolven en de geesten der verstoten góden en godinnen.

Sluiten