Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl hij hiermede in het achterhuis bezig was, riep zijn vader hem met een zwakke stemme bij zich, om hem nog voor ’t laatst op zijn plicht te wijzen. Maar de zoon deed alsof hij niets hoorde.

Zijn moeder kwam bij hem met tranen in de ogen, om hem te smeken bij vader te komen en thuis te blijven.

Hij keerde zich wrevelig om, floot zijn honden en trok het woud in.

De grijsaard op zijn sterfbed hoorde dit met smarte, zuchtte diep en sprak: „Zo zult ge dan eeuwiglijk jagen”; toen zonk zijn hoofd op het kussen neder en hij stierf.

De oude man hield even op met zijn verhaal. Buiten was de wind opgestoken en wij hoorden de regen bij stromen vallen.

Na de begrafenis, vervolgde hij, trok de moeder bij een familielid in en in de nacht nadat ze vertrokken was, verzonk het huis, met al wat er bij hoorde. Niemand weet meer te zeggen waar het gestaan heeft.

De zoon doolde van af die dag rusteloos rond en kon zijn ouderlijk huis nooit weder vinden. Des nachts hoort men hem dikwijls door het bos gaan, roepend om erbarmen.

Voor hem uit rennen zijn honden en achter hem komt een drom van weerwolven en geesten en dan siddert het hele bos.

De omtrek davert van geblaf en gehuil, alsof er duizenden ongelukkige geesten, door honden of wolven vervolgd, gillend en jammerend door het woud trekken.

Plotseling hoorden we buiten een vreselijk geraas. De wind joeg huilend en klagend door de bomen. De grijsaard zweeg, wijl zijn oude stem overheerst werd door de geluiden buiten. Het schijnsel van het vuurtje verlichtte zijn oud verweerd gelaat en zijn witte haar. In zijn trouwhartige ogen glansde een zachte gloed.

We luisterden alle drie naar de stemmen van de storm. De ene donderslag mokerde dadelijk over de andere.

„Dat is de wilde jacht,” mompelde de oude.

Op eens overweldigde een hevig licht de zwakke schijn van het houtvuurtje en een vreemde suizeling van lucht ging om ons. Een knetterende donderslag volgde er direct op. De kleine hut

Sluiten