Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over enige weken nog Nederland? En was t geen voorrecht soms, dat ’t Nederland heette?

De oude watervogel tussen t wiegelend riet van t Eendennest heeft elf jongen, die zij bergt onder haar vleugelen. Want t is vreselijk guur en koud, en de wateren worden in vrij hoge golven door de hevige Oostenwind opgezwiept tot tegen t nest.^ Ook tegen Bart Smit’s woning. Maar dat was t ergste met. Nu dat t het meest nodig was zich flink te houden, nu dat er misschien veel zou moeten doorstaan worden, is moeder ziek geworden; de ongezonde woning, waann reeds enige weken meer dan een voet water staat, en de zorgen hebben haar ter neer geworpen. Lang heeft zij, ziek als ze was, zich nog opgehouden, maar vanmiddag bezweken haar krachten. Smit heeft haar in ’t bed moeten helpen^op de zoldervloer gespreid. #

Jan was de laatste dagen sinds het kanon zich liet horen door de beangste moeder thuis gehouden; maar van middag ~ t was zulk een mooi weer en hij, de rumoerige bengel, heeft al drie dagen op de zolder moeten zitten — heeft zij hem toegestaan even, heel even, naar t dorp te gaan. Jan heeft vast beloofd dat hij spoedig zou terug/komen, en hij hield de laatste tijd altijd zijn belofte. Maar nu,— ’t is reeds tien uur in de avond en nog is Jan er niet. „Haal hem weer, o God, haal hem weer,” heeft moeder reeds vele malen aan Smit gevraagd en Smit heeft t reeds drie keer beproefd, maar hij werd niet doorgelaten door de posten, die op de wegen stonden welke naar het dorp leidden. „Als hij t probeerde om met zijn schuitje tussen de posten door te komen, dan zouden zij op hem schieten,” zeiden zij. En al kwam hij er door, hoe zou hij dan weer met het kind terugkomen ?

Smit zit op de tafel Voorovergebogen, om zijn hoofd niet te stoten tegen het dak. Buiten is ’t verschrikkelijk weer. Het stormt en slagregent, zodat ’t op de zolder is om bang te worden en men nu en dan moeilijk kan onderscheiden, of de storm of de kanonnen zo vreselijk bulderen, ’t Was buiten pikdonker; waar nog een pas te doen was, daar was ’t niet mogelijk te zien waar men de voet bij een volgende tred zou neerzetten. Dat wist Smit. Stel dat men Jan

Sluiten