Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men hem morgen weer niet doorlaat, dan heeft hij gebrek aan brandstof, dan lijden zijn zieke vrouw en kinders koude.

Smit klappertandt bij die gedachte. De woning, die hij ging vergroten, waaraan hij een stal bouwen zou en wat al niet meer! Had hij de oude maar weerom!

Enige bange uren brengt de baas van ’t Eendennest nog door op een stoel, in ’t laatst worstelend tegen de slaap en telkens weer door de wind of enig ander geluid opschrikkend uit zijn halve dommel; ’t is vreselijk wat hij zich voorstelt of droomt, als hij zo soest. Jan! waar was Jan ? Weer viel zijn hoofd voorover; ’t mocht niet, neen ’t mocht niet! vooral als het zijn schuld was. Hij stond op en waggelde naar ’t bed van Hans en Mieke: zij sliepen als rozen. Hij boog zich over zijn vrouw; zij sliep ook, zwaar hijgend en gloeiend als vuur. Een, twee-. • • waar was de derde! O, had hij dan geen woning meer, maar zijn lieven toch bij elkaar!

Sst, hoorde hij iets, ginds aan de schuit? Smit trok zijn natte jas weer aan, stak een lantaarn op en sloop daarmede zacht naar beneden. Hij liep langzaam in ’t huis, opdat ’t plassen niet te sterk zou klinken, de deur uit en ’t voetpad op, hij kon ’t toch wel vinden. Ginds lag de boot.. •. nog honderd schreden; hier tussen ’t riet-. •. vlak tegen de weg, hier*... de boot. •.. was weg! Bart Smit vloekte, ’t Hielp niet; de boot was verdwenen.

De jongen zou haar nu toch niet nodig hebben, maar wie had ’t schuitje weggehaald? In pikduister, om één uur in de nacht? Was ’t maar weer dag!

Smit keerde terug; toen hij bij zijn woning was, meende hij iets te horen — heel in de verte; ’t was of daar ginds enige beweging was in ’t water, ’t was of hij hoorde roeien, maar ’t kon ook zijn, dat ’t de wind was, die hem nu en dan belette iets te vernemen. Hij keerde het licht der lantaarn naar zich toe, om te trachten verder te kunnen zien; maar hij kon geen drie pas van zich af iets waarnemen. Toch meende hij wat te horen. Vooruit dan, wie weet! Hij volgde de kleine polderkade, die langs zijn huis liep en die grotendeels niet onderstond; hoe meer hij voortging, des te zekerder meende hij ’t geluid te horen; na een tien minuten te hebben ge-

Sluiten