Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waad en gelopen over de kade, hoorde hij duidelijk roeien aan de andere kant van de smalle griend langs de kade; hij trachtte ergens

door het hout heen te komen Hoorde hij stemmen nee

nee een boot was ’t; zou ’t Jan zijn? Hij keerde de lantaarn

met het licht naar voren. Nauw had hij dit gedaan of hij voelde zich door wel zes handen aangrijpen. Hij schrikte hevig, bijna ware hij ineengezakt, het klamme zweet kwam op zijn voorhoofd. Maar spoedig begon hij alles te begrijpen. Hij zag drie, vier mensen in uniformen om zich heen, blijkbaar vijandelijke soldaten en een officier. Deze begon hem dadelijk in gebroken Hollands te beduiden, dat hij de weg moest wijzen naar Breukelen, en toonde hem vervolgens een revolver; daarmee zou hij dadelijk neergeschoten worden als hij hen op ’t dwaalspoor bracht of niet spoedig zorgde, dat men in de onmiddellijke nabijheid van Breukelen was. Smit herstelde zich; hij merkte dat er achter hen nog een gehele troep volgde; met roeiboten waren zij tot hier gekomen, maar nu konden zij niet verder door de griend heen en tegen de kade opkomen.

„Breukelen?” vroeg hij eerst verwonderd, want het was duidelijk dat de vijand geheel op een verkeerde weg was.

„Joa, Breukelen.”

Smit bedacht zich een ogenblik. „Volgt mij,” zeide hij. Hij werd intussen door twee man stevig vastgehouden en de officier met de revolver liep juist achter hem. Niet veel spreken en de lantaarn onder de jas, maar brandende houden, heette het.

„Laat de boten maar achter,” zeide Smit, „al haal jullie ze hierover, ginds bij de kade en over de polder kan je toch niet verder. Toen beduidde hij den officier, dat men eerst achter hem aan over de kade, waarop hier bijna geen water stond, moest lopen. Hoe drommel, dacht hij bij zich zelven, komen zij hierheen? Zij lopen in hun eigen graf. De duivel in persoon moest hen hier gebracht hebben om hen verder de ondergang tegemoet te voeren. Daar vloog bij de herinnering aan die woorden, die hij eens zelf sprak, een helse gedachte door zijn brein. Als hij die duivel eens was!

Hij ging nog een eind voort, recht op ’t Noorden aan in de richting van Loenen, terwijl Breukelen ongeveer in ’t Zuiden lag. Daar

Sluiten