Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar de kade dicht bij ’t Eendennest zo weinig boven ’t weiland ter linkerzijde was verbeven, dat zij ook onder water stond, ongeveer een anderhalve voet hoog, stond Smit stil. „Nu links af!” zeide hij. De soldaten daalden tastend met de voet de kade af. „Pas op!” beet de officier Smit in ’t oor, „pas op!” en hij liet dezen zijn revolver eens horen door de haan over te halen. „Geen nood,” antwoordde Smit, „ik ben hier thuis, weet u.”

Naar t geluid van het plassen te oordelen, volgde nog een grote menigte vijanden. Allen gingen tot aan de knieën door ’t water; Smit ontdekte aan de beide soldaten, die hem vasthielden, dat zij hoge waterlaarzen aan hadden. Links en rechts werden gesmoorde kreten gehoord. Smit hield stil. „Niet in breder rijen dan van 25 man lopen, zeide hij, „anders raak je aan weerskanten in de sloten; ik loop in t midden.” Nadat deze waarschuwing fluisterend was overgegeven, plaste alles weer vooruit. Na enige honderden schreden klonk het op commando van Smit weer fluisterend „halt”. „Nu moeten we rechtsaf,” zeide hij tot den officier: „laat alles elkaar de hand geven en de rij zo lang mogelijk maken, wij moeten nu telkens sloten over; daar ga je tot onder de armen in; maar niet ophouden of zoeken als er een omvalt of wegzinkt; vooruit!”

„Neen, hier!” zeide de officier. „Lantaarn!” Bij ’t schijnsel der lantaarn tussen zijn jas en die van Smit, om ’t licht niet te doen opmerken en tegen de regen te beschutten, toonde hij Smit een kaart.

„Waar?” vroeg hij.

„Ik heb er geen verstand van,” antwoordde Smit.

„Hoe heet het hier?”

Smit noemde de naam van een polder, dicht bij Breukelen gelegen.

„Waar ligt Breukelen?”

„Daar! zeide Smit en hij wees recht vooruit op Loenen aan. Maar men kon zelfs niet iemand onderscheiden die drie pas verwijderd was. Daarbij sloeg de hevige wind, bij de richting die men nu ging volgen, een ieder de regen met kracht in het gezicht. — Vooruit? Het was alleen voor iemand als Smit, die hier zijn gehele

Sluiten