Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven gewoond had, mogelijk, ongeveer te weten waar men zich bevond en in welke richting men zich bewoog. Waren er slechts enige weinige soldaten geweest, dan had hij met deze zeer goed in een cirkel van 100 pas middellijn verscheidene malen in ’t rond kunnen lopen, zonder dat iemand er iets van gemerkt had. Ook nu liep hij niet geheel recht uit, maar hield telkens meer rechtsaan. Daar ging de eerste rij naar beneden, misschien wel honderd mensen; zij zakten al dieper en dieper tot aan de borst en toen klommen zij weer tegen de overkant op, hoewel niet overal even gemakkelijk; men kon niets zien en zich aan niets vasthouden. De soldaten droegen hun patroontassen onder de kin. De lantaarn van Smit had een van zijn geleiders aan zijn helm gebonden. Goddank! kwamen sommigen in zich zelven, toen zij de eerste sloot over waren; maar anderen konden t niet meer zeggen, zij waren er niet overgekomen, uitgegleden of omgevallen en hun kameraden hadden hen moeten loslaten om zelf niet mee te verdrinken. Zo ging ’t weer voort; nu en dan klonk slechts een schor, gesmoord stemgeluid en de huilende wind verdoofde het dra geheel en al. — Weer een sloot; een van de beide mannen, die Smit vasthielden, verloor het evenwicht en voelde geen grond meer; in zijn angst trok hij Smit mee. Maar op hetzelfde ogenblik kreeg hij met het gevest van een sabel een hevige slag op ’t hoofd: hij liet los en verdween onder water. Dat had de officier gedaan: de gids was op ’t ogenblik meer waard dan een soldaat!

Smit huiverde. Hij kreeg bewondering voor zijn vijanden. Hij was er zeker van, hij zag ’t zelfs nu en dan, dat er een in de diepte verdween of dat hem de krachten begaven. Maar geen angstkreet, geen geroep om hulp hoorde men; slechts een gesmoord geluid. Soms kon een buurman zijn kameraad weer omhoog krijgen en soms — verdween hij met dezen. De goede zwemmers, en dat schenen er velen te zijn, deden bij elke sloot drie, vier slagen en bereikten zo de overzijde, waar niet veel meer dan 1 a 2 voet water stond.

Een kwartier nog; toen werd ’t water eensklaps ondieper en reikte nauw tot aan de enkels, en weldra was men op de kleine,

Sluiten