Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lage noordelijke kade van de polder, die men zo even doorwaad had. Er werd een ogenblik adem geschept, er kon geen appèl gehouden worden, maar er ontbraken verscheidene van die dapperen.

Als de officier geweten had, wat er op dit ogenblik in ’t binnenste van zijn gids omging! Hoe ’t klopte in zijn hart en bonsde in zijn hoofd! Als hij met allen achter zich de kade gevolgd had, dan zou er thans geen een ontbroken hebben. Ha! hij was immers de duivel die hen geleiden zou! De commandant van ’t Fort had gezegd: „Hoe minder mensen de vijand ontmoet, voordat hij de Vecht bereikt, hoe beter.” Hij, Bart Smit, zou er voor zorgen! Weer gingen allen vooruit, een geheel eind droogvoets, toen kwam er weer waterdal hoger en hoger.

„Waar isBreukelen?” vroeg de officier, „je bedriegt ons, geloof ik, schelm!”

„Hier vlak bij, zie maar!” antwoordde Smit en hij wees op iets donkers recht vooruit. „Pas op; een sloot!”

De klok van Loenen sloeg drie, in sombere tonen.

„Welk uur? vroeg de officier steeds dieper zinkende....

„Je laatste misschien,” antwoordde Bart Smit. Toen gaf hij den man die hem vasthield een hevige vuistslag, zodat deze losliet en de helm met de lantaarn in ’t water viel, en verdween zwemmende.

Minstens vijftig man stortten tegelijk voorover. Smit had hen m de thans zo diepe rivier de Drecht geleid op geen 400 pas van t fort Spion.

De post op de Bloklaan hoorde kreten, geplas in ’t water, commando’s en gaf een waarschuwend schot.

Eensklaps flikkerde het met bloedrode gloed in de zwarte nacht. Boem! En honderd kartetskogels scheerden fluitende over ’t water en troffen den enkelen ongelukkige, die de kade aan de overzijde zwemmende bereikte.

Boem! Boem!

. .Toen de dageraad aan de kimme rees, toen hoorde men aan de kant van Breukelen een geknetter, dat al heviger en heviger werd. Tussenbeide was het even, doch zeer kort, doodstil en dan begon ’t geweervuur weer met vernieuwde hevigheid. Toen dat zo

Sluiten