Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gisteren. Ik wed dat hij me een beurt geeft, expres Daar heb

je ’t al!

„Rikkers!”

Dat ben ik.

„Kom voor de kaart.”

„Wablief?” —

Ik vraag dit om tijd te winnen en mij voor te bereiden op de nederlaag die onvermijdelijk is.

Meneer wenkt met de stok. Ik trek mijn voeten van Piet’s bank en glijd uit de mijne.

En wandelend door ’t banken-straatje, beschouw ik oplettend de grote kaart van Zuid-Amerika, om me met dat gevaarte wat vertrouwd te maken. Het is zo ongelukkig: uit de verte, van mijn plaats af, kan ik de stippen onderscheiden, maar zodra ik er vóór sta, opkijk tegen die glimmende vlakte, ben ik volslagen in de war, vlieg met de stok kris-kras van Noord naar Oost, van Zuid naar West, en omgekeerd, over het onbeschrijfelijk mengelmoes van wonderlijk rondgestrooide letters, steden als schietschijven, bergen, net rupsen! Ik wijs grenzen voor rivieren en rivieren voor grenzen, mik telkens mis, kan ’t vóórzeggen niet verstaan, en heb maar één gedachte: hoe lang moet dit nog duren!

In Zuid-Amerika weet ik maar één stad: Buenos-Ayres, daar woont een neef van me; zo iets helpt. Ik was er zó van vervuld, dat ik Buenos-Ayres wees, hoewel meneer Bahia — de halve kaart er boven, naar ik later vernam — gevraagd had. Dan moet ik wijzen: Cordova. Daar heb ik helemaal geen notie van, en daarbij ’t ongeluk overbodig mee te delen, dat ik er wel een in Spanje weet; wat meneer in de les over Zuid-Amerika niet interesseert en Kees Klink weer een grinnikend „’t is verhuisd” ontlokt.

Na nog enkele kleinere vergissingen van mijn kant besluit meneer: „Je weet er niets van.

Ik kan dit slechts met een gepast stilzwijgen beamen.

„Kom hier, dan zal ik proberen wat je van de voortbrengselen weet.”

Ik nader ’t schavotje, maar aan de verkeerde kant van t tafeltje,

Sluiten