Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zodat het open boek, waar meneer in zoekt wat ik uit mijn hoofd moet weten, mij van geen nut is.

„Wat komt er uit Brazilië?”

Brazilië.... hoe bekend zweeft dat woord me voor! Waar heb ik t gehoord.... Wie kwam er vandaan? Weer ’n neef? Nee- •..

toch een familielid? Ik ben er: de tante van Charley! Duidelijk

hoor ik haar weer zeggen: „Ik kom uit Brazilië, waar de apen vandaan komen....”

„Apen!” ontploft triomfantelijk door mijn mond aan mijn benauwd gemoed.

Meneer zoekt in ’t boek, knikt eindelijk zwakjes: „’t Staat niet opgegeven, maar enfin Wat nog meer?”

De hele klasse poogt me aan het verstand te brengen wat er nog meer groeit behalve apen, en juist dit verwarrende gewerk met de lippen brengt mij zo van de wijs.

Eindelijk gelukt t me uit Kees Khnk’s gymnastische oefeningen een woord te ontcijferen:

„Katoen,” zeg ik met treffende beslistheid, want ik heb ’t duidelijk verstaan.

„Dat is goed. Wat meer? Vlug!”

t Duizelt me. t Gefluister suist in mijn oren.

„Niet voorzeggen,” verbiedt meneer. Ik sta met ogen, oren neus en mond open om wat op te vangen.

„Nu Rikkers, wat komt er nog meer uit Brazilië dan katoen?”

De verleiding om dan maar, door het noemen van het enige mij bekende artikel, aan de zaak een einde te melken, wordt me te machtig.

Ik herhaal nogmaals het pièce de résistance: „katoen”, en eindig bescheiden: „en.... en Charley z’n tante.”

Kees Klink, die in de komedie geweest is, brult.

Een paar andere jongens, die het product zo gauw niet thuis weten te brengen, lachen dom mee. Piet Roest, evenals Kees aangenaam aan de vorige avond herinnerd, schiet een kop boven zijn bank uit van geestdrift. In een minimum van tijd ben ik, achter

Sluiten