Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Rikkers, ik vraag je voor de laatste maal: waarom je vanmorgen uit de aardrijkskunde-les gestuurd bent!

Ik zie geen uitweg. Eerlijk duurt ’t langst. Rad en toonloos raffel ik uit:

„Die student riep maar telkens: ik ben de tante van Cbarley en ik kom uit Brazilië, waar de apen vandaan komen. Nou, en toen vanmorgen meneer vroeg wat er groeide, zei ik maar gauw, want dat wist ik tenminste: „apen . En „katoen had ik al gezegd. Maar ’t was nóg niet genoeg. Meneer hield al maar aan, en ik kon niets meer bedenken, en toen. • • • eigenlijk om er af te komen, zei ik- • • • zei ik- • •. ik heb er nou wel spijt van.... zei ik: Charley z’n tante* • • •

’t Is er uit. Mijn hoofd hangt bijna op m’n knieën. Ik kan me niet voorstellen hoe meneer’s gezicht staat. • •.

Het duurt lang. Er zijn minuten, staat er in ons themaboek, die eeuwigheden gelijken. Dat is wel toepasselijk. O, een week er af ga ik minstens!

Opeens voel ik, zwart en winderig, iets voor mij schuiven, een groot donker vlak.

Wat gebeurt er? Stort de school in? Verschrikt kijk ik op

Wat is dat!

De kastdeur is weer beschermend over mijn rampzalige figuur tegen de muur gedrukt. Veilig in het donker driehoekje sta ik

helemaal beduusd Om de deur, leuk om ’t hoekje, ik zal ’t van

mijn léven niet vergeten, komt een gezicht, een glunder gezicht net of wij samen een lollig afspraakje hebben — en, over de gouden bril, lachen de glimmende oogjes. Hij lacht! hij schudt! hoe is ’t mogelijk! Wat ’n bof!

„Rikkers,” hoor ik fluisteren: „jij en ik hebben elkaar van morgen niet gezien.

Top Naeff.

Uit: Oogst. Amsterdam, Van Holkema & Warendorf.

Sluiten