Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t En hoorde noch ’t en zag bijkan, t en voelde bijkans niet, t en zij dat t een pistole zag, en zeggen hoorde: „Ik schiet!”

„Ik schiet, zoo gij, op staanden voet, niet al uw geld en geeft en g hebt, van zoo gij roert, me man, uw laatsten dag geleefd!”

Boer Naas, die alle dagen vijf zes kruisgebeden bad, om lang te mogen leven, peist hoe hij in nesten1) zat!

„Wat zal ze zeggen,” kreesch boer Naas, „wanneer ik t’huiswaard keer?

Hij heeft het weerom al verhuisd2)! die zatlap, nog nen keer!”

„Hoort hier, mijn vriend, believe ’t u, toogt dat gij minzaam zijt, och, schiet ne kogel deur mijn hoed en spaart mij t vrouwverwijt!

k Zal zeggen, als ik thuis geraak:

men heeft mijn geld geroofd, en, letter3) schilde ’t of ik had een kogel deur mijn hoofd!”

*) Moeilijkheid. *) Verdronken. *) Luttel.

Sluiten