Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

logisch Instituut, een kaart, waarop men kan zien, een hoeveelste kans men heeft op die of die wind, op een zeker punt van de oceaan, berekend uit de combinatie van verschillende scheepsjournalen van jaren herwaarts.

Kolonel Hovaerts zit met zo’n kaart vóór zich en tuurt wanhopig maar steeds op dat éne vak: de plaats waar de Tromp zich in dit ogenblik bevindt. Meneer Van der Werf, de le officier, kijkt natuurlijk ook naar dat ene vak. Ze kijken allebei zonder iets te zeggen; totdat eindelijk de kolonel zijn hart lucht geeft:

„Nu vraag ik u toch, meneer Van der Werf, wat moet je doen? Daar heb je nu zo’n windkaart, zo’n kaart van het meteorologisch instituut, en in het vak waar ik nu ben, daar zie je volgens het cirkeltje met de schrapjes: grote kans op N.O. wind, nog groter op Oost-Noord-Oosten wind. Zuid-Westen wind? Kans onnoemelijk klein. Stilte in het geheel niet. Jawel, kijk maar, stilte, geen kans-... En daar lig ik me waarachtig drie dagen met de schuit te slingeren als een gek, zonder een steek vooruit te komen, zonder een aasje wind; of als er nog wat is, dan komt het van het ZuidWesten, en dan staat er op zo’n kaart: Z.W. wind bijna geen kans, stilte nul, behalve dat ik nu al drie dagen-... of neen, t is de vierde dag.. •. Hofmeester, geef mij ’n ander kop thee-. •. Wat is dat voor goed, dat je daar in gedaan hebt. • • • Vier dagen stilte, meneer! Lieve hemel, wat slingert dat schip-... ja meneer Van der Werf, ik zou de boel maar bergen. • • • je zeilen slaan stuk op zo’n manier; en wind is er toch niet- • •. Nu vraag ik je, meneer, wat moet je doen-. •. vier dagen stilte in het gebied van de Noordoostpassaat. ... wat moet je doen? — Weer om de Noord gaan liggen?. •.. Noord, Zuid, Oost, West;.... ’t is alles precies eender, precies eender, meneer.

Hier permitteert de le officier zich een opmerking.

De kolonel kijkt den len officier enigszins verwonderd aan. Hij had verwacht, dat de le officier natuurlijk ook zou zeggen, dat het „precies eender” was.

„Me dunkt, kolonel-. • • Als u eens probeerde, een etmaal om de Oost te laten gaan liggen!

Rijpma( Jonge Kracht. I. 8

Sluiten