Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij wijze van spreken geweest- • • • want hij, kolonel Hovaerts, is kommandant van de Tromp, en het is zijn gewoonte niet, aan een inférieur te vragen wat hij moet doen. En dan, die uitleg omtrent een windkaart- - - - wel lieve hemel, meneer, dat is verregaand ongepast- - - - Neen- - - - hij was anders zeer tevreden over „z’n eerste officier”, maar in de laatste delgen heeft hij het een en ander opgemerkt, dat hem volstrekt niet bevalt, en- - - - hij neemt zich bepaald voor, in het conduite-rapport met een enkel woord daarvan melding te maken- • • • Als eerlijk man, als eerlijk dienaar van de Staat, is hij daartoe verplicht.

„Hofmeester.

„Wat blieft u, kolonel?”

„Geef me ’n kop thee.

Een kleine pauze, waarin de kolonel drie keer de kajuit op en neer loopt, en de hofmeester een kop thee gaat halen.

„Hofmeester!”

„Wat blieft u, kolonel.”

„Waar blijf je nu met je thee?

„Hier is het, kolonel, alsjeblieft kolonel. ’

De kolonel brengt het kopje aan zijn mond, doch drinkt het niet leeg. Hij ziet den hofmeester aan, met het gezicht van iemand die een lelijke smaak in zijn mond heeft.

„Maar mijn goede hemel, hofmeester! nu wou ik toch dat je er eens naar keek, dat zo’n kopje schoongemaakt wordt, vóór dat je er thee in schenkt- - - • daar is een smaak aan die thee, - - - - bah!”

De hofmeester zegt dat het de schuld is van den jongen, die belast is met het reinigen van de kopjes, gaat naar de gamellehut (het verblijf van kopjes en schoteltjes), geeft aldaar den bewusten jongen in het geheim een haal om zijn oren, en gaat dan naar dek, naar de kombuis, zijn gewone conversatiezaal, om voor zijn vriend den kajuitskok zijn hart uit te storten; zeggende: dat „den ouwe” de bokkepruik op heeft.

Deze kajuitskok, die de toepasselijke naam van Panhof draagt, heeft iets philosophisch over zich.

„Kijk er eens hier,” zegt hij tegen den hofmeester, terwijl hij

Sluiten