Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SINTERKLAAS.

De tantes wilden de eerste St. Nicolaas, die Tom en Thijs in Holland vierden, voor hen tot een onvergetelijke feestdag maken en weken lang waren zij dan ook al in de weer met het maken van surprises en ellenlange verzen.

Met een geheimzinnig gezicht schommelde tante Foke nu eens naar boven, dan weer naar beneden, en de jongens konden niet langs de provisiekamer of de zolder komen, of zij hoorden tante angstig achter de deur roepen:

„Niet hier komen! Niet hier komen!’

Avonden achtereen zaten de twee tantes, ieder met een potlood in de hand en een groot stuk papier voor zich, grote gedichten neer te schrijven. Tante Koos vooral was een specialiteit in het maken van Sint-Nicolaas-verzen. Zij liet er zich altijd een beetje op voorstaan, dat zij zo bijzonder vlot rijmen kon en in die waan was zij vroeger altijd gestijfd door Foke, die steeds in volle bewondering was voor alles, wat tante Koosje deed. Doch dit jaar gebeurde het wel eens, dat tante Foke een bedenkelijk gezicht trok, als haar zuster een vers van 8 bladzijden voor Tom voorlas of een gedicht van 2 vel voor Thijs. Zij had een stille angst, dat die lange verzen minder geschikt waren voor de neven Tom en Thijs. Zij vreesde, dat de jongens ze erg kinderachtig zouden vinden en daarom niet zo uitbundig in hun lof zouden zijn over Koosje s rijmkunst als bijvoorbeeld de dames Bonemeier dit plachten te wezen, en tante Foke wist bij ondervinding, dat dit een teer punt bij Koosje was.

Op een avond was het zelfs bijna tot een uitbarsting gekomen. Tante Koos had — glimmend van zelfgenoegzaamheid — haar laatste vers voorgelezen, dat als volgt begon:

Tom, die kleine, loze guit,

Speelt heel gaarne op de fluit,

Rijpma, Jonge Kracht. I. '

Sluiten