Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de keuken naar boven gesleept. Bet miste langzamerhand bijna al haar bezems en luiwagens, een tang, een pook, een kolenschop, een plumeau, een ragebol, een collectie stofdoeken, de glazenspuit, een jak, een rok, een paar handschoenen, een muts, en de jongens hadden zo veel turven en steenkolen naar boven gesleept, dat de meid ten einde raad het kolenhok op slot had gedaan, doodsbang, dat anders de hele inhoud naar zolder zou verhuizen.

Even dreigde er ruzie, toen Bet de jongens attrapeerde, terwijl zij juist bezig waren haar mooie Zondagse japon met zaagsel te vullen. Tom wilde met het kledingstuk naar boven vluchten, zodra hij de eigenares ontdekte, maar Bet, die bijna van schrik de trap afviel, toen zij van alle kanten zaagsel uit haar mooie jurk zag vliegen, schreeuwde hem woedend achterna: „Geef hier m’n jurk, geef hier m’n jurk, of ik zeg het aan de tantes!”

„Sssst!” riepen beide jongens tegelijk met hun vingers op de mond, „’t is ’n surprise voor tante Koosje.”

„Mot je daar mijn mooie jurk voor gebruiken?” gilde Bet.

„Je krijgt ’m eerlijk terug!” suste Tom.

„Ja, dat moest er nog bijkomme! Geef hier, zeg ik-je!”

„Nou, daar dan!” en nijdig over de weinige medewerking, die zij van de meid ondervonden, gooide Thijs de japon naar beneden, met dat gevolg, dat het zaagsel Bet in haar haren en oren stoof en zij woedend de jongens achterna gilde:

„Nare kwajongens! Mispunten!”

Maar tien minuten later zat Bet weer in de keuken en holde met een mes een grote koolraap uit, waarin zij haar cadeautje voor Tom — een naamstempeltje — borg en maakte daarna nog een stijfselpudding met een zakschaartje er in voor den jongenheer Thijs; Bet hield veel meer van de jongens dan zij wel wilde bekennen. En de hele verdere avond zat zij, met dikke zweetdroppels op haar voorhoofd, bij de tafel te zwoegen aan een vers, dat bij de koolraap en de stijfselpudding hoorde. Toen de oude meid om elf uur naar bed ging, was het vers gereed: zij had vroeger nooit geweten, dat dichten zulk een zwaar, warm werk was.

Voor Tom en Thijs was het een grote teleurstelling, dat zij

Sluiten