Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een opkoper voor acht centen hadden gekocht, om zijn bovenlijf geknoopt zat. Met kranten, stofdoeken, kousen, steenkolen en turven hadden zij Bet’s vrijer opgevuld en Tom had er zoveel kranten in gestopt, dat de kerel een buik had als van een dikken dorpsburgemeester. Zijn hoofd bestond uit een voetbal met een mombakkes er voor en dit hele samenstel werd gedekt door een oude sjako, die geheel scheef naar achteren hing. Het cadeau — een scheurkalender — zat in de opgebolde buik van dezen misvormden soldaat, terwijl op zijn zitvlak het volgende vers was gespeld, dat door Tom en Thijs gezamenlijk was gewrocht.

Bet, ik heb u lief en mijn naam, die is Janus,

Ik ben mank, ’k heb ’n buik als een ton en een neus als een kanus, Ik loop altijd op stokken, zoals je wel ziet,

Maar als je mij liefhebt, dan hindert dat niet.

Als soldaat konden ze mij niet langer gebruiken,

Al zou je dat niet zo dadelijk aan mij ruiken,

Maar als je mij heel nauwkeurig beziet,

Dan zeg je vast en zeker: „’t Verwondert mij niet!”

Want met zo’n dikke buik en twee houten staken Kon Janus nooit lange marsen maken.”

Maar als je met mij genoegen wilt nemen.

Met mijn neus, mijn buik en mijn twee houten benen,

Dan ben ik voor jou nog ’n heel goeie man,

Waar je erg veel pleizier van beleven kan,

Dan ben ik — ondanks mijn neus als een kanus —

Voor altijd en eeuwig: je liefhebbende Janus.

De pop voor tante Foke, die zij met een jak, een rok en een muts van Bet hadden opgetuigd, hing een beetje uit het lood. De jongens mochten haar nog zo hard in haar rug stompen, of haar bij de haren omhoogtrekken, telkens zakte de juffrouw als een zoutzak in elkaar. Haar armen — een tang en een pook — staken stijf op zij, en haar hoofd — een rond canapé-kussen met een mombakkes om van te dromen — weigerde halsstarrig recht op het lichaam te zitten, maar rolde nu eens naar links en dan weer

Sluiten