Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dit kruisje heeft baboe zelf hier neergezet. Baboe zegt, dat het betekent: „Banjaq, banjaq tabeh boewat Sinjo Tom dan Sinjo Thijs!

„Wat is dat in ’t Hollands?” vroeg tante Foke belangstellend.

„Heel veel groeten aan den jongeheer Tom en den jongeheer Thijs!” lichtten de jongens tante in.

„Die goeie boe!” zei Tom en hij keek even strak voor zichuit. Het was, of met dat flesje iets van hun tehuis in Indië in de kamer was gekomen. Zij waren beiden stil geworden. Zij bedachten tegelijk, hoe vader en moeder nu alleen in Pontianak St. Nicolaas vierden en een ogenblik dreigde die gedachte hun feeststemming te zullen storen, toen er heel hard gebeld werd en Bet dadelijk daarop binnenkwam met twee pakken in haar handen.

„Asjeblieft!” riep Bet erg druk, „’n pak voor jongeheer Tom en ’n pak voor jongeheer Thijs! Wat zou dat wel wezen?’

De tantes begrepen dadelijk uit die vraag, dat Bet heel nauwkeurig wist, wat er in die pakken verborgen zat. Bet was zo ongeduldig, dat zij het niet langer had kunnen uithouden en haar pakjes maar het allereerst naar binnen bracht.

De koolraap en de stijfselpudding hadden bij de jongens een beslist en groot succes en toen Thijs het vers ontrolde en hardop het gedicht begon voor te lezen, zat de oude meid met een hoogrode kleur naar de grond te kijken, alsof zij de grootste zonde had bedreven. Thijs begon:

Sint niekoolaas wilden een kedootje geefen.

„O, dank je wel Bet, ’t is van jou!” riepen de jongens tegelijk uit.

„Niks van waar!” verdedigde Bet zich.

„’t Is wel waar!” riep Tom, „we kunnen ’t zien!

„Hoe dan?” vroeg Bet, heel verbaasd, daar zij niet vermoedde niekoolaas, kedootje en geefen een beetje zonderling te hebben gespeld.

„Nou, aan.... eh. • • • aan. • • • eh. • • • jawel, t is van jou! hakkelde Tom.

„Aan je schrift, Bet!” riep Thijs, die zich bedacht, dat Bet met dezelfde hanepoten in het slagersboekje schreef: een pont farkenslaappies (niet fet).

Sluiten