Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keek zij plotseling heel sip en streng en vond het hoogst ongepast van Jochem om haar zo iets te sturen.

Maar tante Foke schudde van het lachen en zei:

„Nu moet Jochem nog n hond en ’n kat sturen uit Leijen, om met Bobby en Mimi te vrijen!”

Maar Jochem had dat blijkbaar geldverspilling gevonden, want na de „meinheere voor de dames Moorman, verscheen er niemand meer uit „Leijen om te frijen”.

Tante Koosje’s goede stemming was langzamerhand aanmerkelijk gezakt, doordat de jongens niet steeds het geduld hadden, tante’s ellenlange verzen aandachtig te lezen. Tom en Thijs wisten nu wel, wat in die gedichten stond en toen het vers op tafel kwam, dat begon met de bekende diepzinnige regels:

Tom, die kleine loze guit,

Speelt heel gaarne op de fluit,

schoof Thijs — heel oneerbiedig—het vers terzijde met de woorden:

„Nou ja, dat kunnen wij morgen wel lezen!”

„Nee, nee, Thijs, da’s niet aardig,” merkte tante Koos nijdig op, „alle verzen moeten voorgelezen worden!” en Thijs was niet zo goed, of hij moest het hele gedicht ten einde toe slikken. Tante Foke merkte dat er geen spier op het gezicht van de jongens vertrok en zij begon daarom maar heel goedig te lachen en riep enthousiast:

„Aardig, hè, jongens? Die tante Koos, die kan het toch maar:

„Voor de laatsten heeft hij een roe,

En dan roept hij boos: „boe! boe!”

„Ja, nou weer wat anders!” was het enige antwoord, dat tante Fokeliene kreeg.

De surprises vielen bij tante Koos niet alle even zeer in de smaak. Toen de glazenspuit door Bet en de jongens werd geledigd, zuchtte tante hoorbaar:

„Wat n vuile boel! Dat meel krijgen wij in geen weken uit het karpet! maar tante Foke hoopte, dat het met een stofzuiger gemakkelijk er uit zou gaan.

Sluiten