Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zaagsel!” gilde tante op een toon, alsof nu alles verloren was.

„Ja, maar, tante, er zit ook ’n presentje in!” waagde Thijs schuchter te zeggen.

„Och wat, loop rond met jullie presentjes! Mijn mooie japon! riep Koosje woedend.

Tom en Thijs stelden voor, juffrouw Bonemeier voorzichtig uit te kleden, doch tante wilde hier niets van weten. Zij zou zelf haar japon redden. En langzaam knielde ze bij de stoel neer en begon voorzichtig de knoopjes van de taille van Clara Bonemeier los te maken. Als een lawine stortte de inhoud van de juffrouw voor haar voeten neer en met een plof rolde de kop van de orang oetang met de paarse kapothoed ter aarde, zodra hij zijn hals kwijt was.

„M’n beste hoed!” riep Koosje nog eens.

Tante Fokeliene raapte hem op.

„Hij is nog best in orde te maken!” suste Foke.

„Dacht je, dat ik ooit een hoed opzette, die op een doodshoofd heeft gezeten?” huilde Koosje.

Maar tante Foke zou er nieuwe voering in zetten. Toen ontdekte Fokeliene het speldenkussen, maar op dat ogenblik durfde zij haar zuster dit kostbare geschenk niet te vertonen. Zij begreep, dat het speldenkussen niet tegen een zijden mantel, een Zondagse japon en een kapothoed opwoog.

De avond dreigde een treurig einde te zullen nemen, doch Foke fluisterde haar zuster in het oor:

„Kom, Koosje, denk nou aan de jongens! Ze hebben ’t goed bedoeld. Het is hun eerste Sint-Nicolaas in Holland!”

Tante Koos overwon zich zelve, en vijf minuten later zaten zij allen weer vrolijk om de tafel, en lachten Tom en Thijs heel hard om een vers van Koosje, om zodoende hun fout tegenover tante weer goed te maken. En dank zij tante Foke eindigde hun eerste Sint-Nicolaas in den vreemde, zoals hij begonnen was.

J. B. Schuil.

Uit: De Katjangs. Amsterdam, H. J. W. Becht.

Sluiten