Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE CYCLOPEN.

Toen de grote stad Troje ingenomen was, zetten alle veldheren, die haar belegerd hadden, koers naar huis. Maar de hemel was vertoornd op hen, want waarlijk, zij hadden zich trots en wreed gedragen op de dag hunner overwinning. Daarom viel niet aan allen een behouden en gelukkige terugkeer ten deel. Want de een leed schipbreuk, een ander werd door zijn ontrouwe echtgenote schandelijk vermoord in zijn eigen paleis, nog anderen vonden tehuis alles veranderd en in wanorde en waren genoodzaakt elders nieuwe woonplaatsen op te zoeken. En enigen, wier vrouwen en vrienden en onderdanen hun getrouw waren gebleven, gedurende tien jaren lange afwezigheid, zwierven heinde en ver door de wereld rond, voor zij het land hunner geboorte terugzagen. En onder allen was het de verstandige Ulysses, die het verst rondzwierf en de meeste ellende ondervond.

Hij was bijna de laatste die vertrok, want hij had vele dagen gewacht om Agamemnon genoegen te doen, den beheerser van alle Grieken. Hij had twaalf schepen bij zich — hij had er ook twaalf medegebracht voor Troje — en in ieder waren ongeveer vijftig man, nauwelijks de helft van die er in vroeger dagen in gevaren hadden; zovele dappere helden sliepen de laatste slaap bij de Simoëis en de Scamander, en in de vlakte, en op het zeestrand, gedood in de strijd of door de pijlen van Apollo.

Eerst zeilden zij in noord-westelijke richting naar de Thracische kust, waar de Ciconiërs woonden, die de mannen van Troje hadden geholpen. Zij namen hun stad in, en maakten daar grote buit, slaven en ossen, en kruiken vol geurige wijn, en zij zouden ook ongedeerd van daar vertrokken zijn, wanneer zij niet waren gebleven om op het strand feest te vieren. Want de Ciconiërs verzamelden hun buren, mannen van dezelfde afkomst, en begonnen de strijd met hun aanvallers, en jaagden hen naar hun schepen.

Sluiten