Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toen Ulysses zijn mannen telde, bevond hij, dat hij van ieder schip zes man verloren had.

Nauwelijks was hij weer onder zeil gegaan, of het begon hard te waaien; toen ze dus een vlakke, zandige kust zagen, stuurden zij de schepen naar het strand, en trokken ze buiten het bereik der golven, en wachten tot de storm zou bedaren. En toen het de derde morgen schoon weer was, gingen ze weer onder zeil en hadden een voorspoedige reis, tot ze juist bij het einde kwamen van het grote Peloponnesische land, waar kaap Malea uitziet op de zuidwaarts gelegen zee. Maar stromingen in tegenovergestelde richting stelden hen te leur, zodat ze de kaap niet konden omvaren, en de noordenwind waaide zo hard, dat zij gedwongen waren zich daardoor te laten voortdrijven. En de tiende dag kwamen zij aan het land, waar de lotus groeit, een wonderlijke vrucht; al wie daarvan eet, bekommert er zich niet meer om zijn vaderland, of zijn vrouw en kinderen, terug te zien. De Lotuseters nu, want zo noemde men de inwoners van dat land, waren een vriendelijk volk, en zij gaven van de vrucht aan sommige schepelingen, niet met de bedoeling om hun enig kwaad te doen, maar denkende, dat het t beste was, wat zij konden geven. Toen dezen er van gegeten hadden, zeiden ze, dat ze niet langer de zee wilden bevaren; maar zodra de verstandige Ulysses dit vernam, beval hij hun makkers hen vast te binden en naar de schepen te brengen, hoewel zij zich erg hierover beklaagden. ,

Toen daarop de wind bedaard was, zetten zij zich aan de riemen, en roeiden verscheidene dagen, tot zij kwamen aan het land, waar de Cyclopen wonen. Ongeveer een mijl van het strand af was er een eiland, zeer schoon en vruchtbaar, maar niemand woont er, en niemand bebouwt die grond, en op het eiland is een haven, waar een schip veilig kan zijn voor alle winden, en aan het eind der haven een stroom, die van een rots valt, en daaromheen suizende populieren. De schepen kwamen veilig hier binnen, en werden aan land getrokken, en de bemanning ging er bij slapen, de morgen afwachtende. En de volgende dag maakten zij jacht op de wilde geiten, van welke er een groot aantal op dat eiland was, en zeer ver-

Rijpma, Jonge Kracht. I.

Sluiten