Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twintig voet hoog, of nog meer. Op zijn schouder droeg hij een grote bundel denneblokken, om vuur aan te maken, en met een zware slag wierp hij die binnen het hol, en sloot de ingang door een groot rotsblok, dat twintig en meer wagens niet konden vervoeren. Toen molk hij alle schapen en geiten, en de helft der melk liet hij dik worden voor kaas, en de andere helft zette hij voor zich neder, als hij de avondmaaltijd zou gebruiken. Daarop maakte hij vuur aan van de denneblokken en de vlam verlichtte het gehele hol, en liet hem Ulysses en diens makkers zien.

„Wie zijt gij?” schreeuwde Polyphemus, want zo heette de reus. „Zijt gij kooplieden, of misschien zeerovers?

Want in die dagen werd het niet als een schande gerekend, zeerovers te heten.

Ulysses beefde bij die vreselijke stem en gestalte, maar zag hem toch flink in het gelaat, en antwoordde: „machtig heer, wij zijn geen zeerovers, maar Grieken, die van Troje naar huis varen, en onderdanen van den groten koning Agamemnon, wiens naam verbreid is tot aan de einden der aarde. En wij zijn gekomen, om van u gastvriendschap te smeken in de naam van Zeus, die gastheren en gasten beloont of bestraft, naarmate zij elkander getrouw zijn of niet.”

„Och,” zeide de reus, „dat is maar ijdele praat, mij te spreken van Zeus en de andere góden. Wij, Cyclopen, geven niet om de góden, daar wij ons zelve voor veel beter en sterker houden^ dan hen. Maar welaan, zeg mij, waar hebt ge uw schip gelaten?”

Maar Ulysses ried zijn gedachten, toen hij naar het schip vroeg, dat hij van plan was het stuk te slaan, en hun alle hoop op ontvluchten te benemen. Daarom antwoordde hij hem listig:

„Wij hebben geen schip, want dat, wat wij hadden, heeft koning Poseidon verbrijzeld, door het tegen een vooruitspringende rots op deze kust te stoten, en wij, die gij hier ziet, zijn de enigen, die uit de golven ontsnapt zijn.

Polyphemus antwoordde niets, maar, zonder zich verder te beraden, pakte hij twee der mannen aan, evenals iemand de jongen van een hond zou aanpakken, en wierp ze tegen de grond, en scheur-

Sluiten