Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hun ledematen vaneen, en verslond ze, met grote teugen melk er bij, en liet geen stuk over, zelfs de beenderen niet. Maar toen de anderen die vreselijke daad zagen, konden zij niets doen dan wenen, en Zeus om hulp smeken. En toen de reus zijn akelige maaltijd geëindigd bad, legde bij zich neer tussen zijn schapen en sliep.

Toen overlegde Ulysses veel in zijn hart, of bij het monster zou doodslaan, terwijl het sliep, want bij twijfelde niet of zijn zwaard zou doordringen tot het hart van den reus, hoe fors hij ook was. Maar, daar hij zeer verstandig was, herinnerde hij zich, dat, als hij hem doodde, hij en zijn makkers toch op een ellendige wijze zouden omkomen. Want wie kon het grote rotsblok verwijderen, dat tegen de opening van het hol lag? Zij wachtten dus tot de volgende morgen. En het monster ontwaakte, en molk zijn kudden en daarna pakte hij weer twee mannen, en verslond ze voor ontbijt. Toen ging hij naar de weide, maar plaatste het grote rotsblok voor de opening van het hol, even zorgvuldig als een man het deksel op zijn pijlkoker doet.

Die gehele dag overlegde de schrandere Ulysses wat hij het best kon doen, om zichzelf en zijn makkers te redden, en het besluit van zijn overleggen was dit: er was in het hol een grote paal, groen hout van een olijfboom, dik als de mast van een schip. Polyphemus was van plan, deze als wandelstok te gebruiken, zodra de rook hem gedroogd zou hebben. Hiervan sneed hij ongeveer een vaam af, en zijn makkers maakten er een punt aan, en maakten het hard in het vuur, en verborgen het toen. Des avonds kwam de reus terug, en joeg zijn schapen in het hol, en liet de rammen er niet buiten, gelijk hij vroeger gedaan had, maar sloot ze ook er binnen. En toen hij behoorlijk zijn plichten als herder volbracht had, maakte hij zich als te voren zijn gruwelijke maaltijd gereed. Toen trad Ulysses vooruit, met de lederen zak met wijn in de hand, en zeide:

„Drink, Cycloop, nu gij gegeten hebt. Drink, en zie eens, welke kostbare zaken wij in ons schip hadden. Maar nooit zal later iemand met zulke weer bij u komen, wanneer gij andere vreem-

Sluiten