Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zwaait een Noor zijn gulden akst,

En zwiert hem door de lucht- - - -

De zilvren schedel buigt ter aard,

En bloedend zinkt hij neer van ’t paard,

En ’t leven is ontvlucht.

En Orm de Noorman springt op ’t ros, Met wilde vreugd in t oog:

„Zijn Meester was een wakker Held —

„Des richt hem hier in ’t open veld „Zijn heuvel, breed en hoog.

En Orm de Noorman heerschte op ’t Slot, Maar met een ijzren hand.

En Orm de Noorman heerschte in ’t rond;

En ’t jammer steeg met iedre stond,

Die opging over ’t land.

Het was Sint-Jan om middernacht,

En ’t was een rustig uur.

De starren vonkten op hun baan,

En helder gleed de volle maan Langs t wolkenloos azuur.

En O rm de Noorman reed met haast Naar ’t Huis te Rynegom,

En reed langs Radbouts heuvel heen,

En waande: t was een blanke steen,

Die daar in ’t maanlicht glom.

Maar eensklaps stokte en stond het ros,

En week niet van de plaats....

En Orm herkende Radbouts leest:

Zoo was hij vóór zijn val geweest,

Zoo de uitdruk des gelaats. —

Sluiten