Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Och, Kees, zou je me even willen helpen? Ik kan m’n schaatsen niet goed aanbinden,” vroeg Greet. Hè, die meisjes konden ook nooit wat alleen, die moesten altijd geholpen worden! Maar Kees knielde toch als ’n galante ridder op het ijs, om Greet te helpen.

„Wil je ze ’n beetje stevig aandoen?”

„Goed, hoor!” zei Kees en hij trok uit alle macht.

„Au! Au! niet zo hard!” kreunde Greet.

Kees liet vieren.

„Is ’t zo goed?”

„ n Beetje steviger nog!”

Ziezo ze stond op haar schaatsen.

„Ben jullie klaar? riep Eddy. „Vooruit, dan gaan we!”

„Och, wacht nog even! Wacht nog even!” zeurde Greet weer, „m n schaatsen zitten niet goed!”

Wat was dat nou? Weer niet goed? Wat ’n gezanik toch altijd met die meisjes!

„Ze zitten zo los!”

„En als ik hard trek dan roep je: „au!” zei Kees.

„Ja, ik heb zulke nauwe schoentjes aan!”

Daar had je weer dat gemier! Dat was allemaal nesterigheid! Wie rijdt er nu met te nauwe schoenen?

Kees lag voor de tweede maal voor Greet van Dieren op de knieën.

»N°u hoor, wij gaan maar! We zullen buiten bij de Molen wel op jullie wachten! nep Henk, en Kees zag zijn vrinden met de drie meisjes wegrijden.

Het duurde wel vijf minuten, voordat de schaatsen Greet naar genoegen zaten, maar toen moest Kees zelf weer overbmden; zijn eigen schaatsen waren door al dat knielen helemaal losgeraakt. Eindelijk waren zij klaar.

„Ziezo, leg maar op! zei Kees en zodra hij Greet’s fijne vingertjes in zijn dikke wanten voelde, sloeg Kees zijn benen uit, om de tocht naar Gravenland te beginnen.

Nee maar, wat reed ze slecht! Hij kon ze bijna niet vooruit

Sluiten