Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat Bram, Henk en Eddy ieder tweemaal vijf minuten met Greet hadden gereden, bood Kees haar weer zijn hand aan met de woorden:

„Nou, vooruit, nou zal ik het wel weer es proberen,” en hij zwoegde opnieuw met het zestal mee met de kwakkelende Greet van Dieren achter zich aan.

Zo reden zij ’n tien minuten door, toen Greet weer zeurde:

„Zeg Kees, hou es even op, ik sta weer bijna op m n schoen!

Jawel, dacht Kees, dat kennen we nou, en hij wilde gewoon doorrijden, toen hij op eens ’n schaats voor zijn voeten over het

ijs zag slieren; ’n paar wanhopige rukken aan zijn arm en

bijna op hetzelfde ogenblik ging hij achterover en lagen Greet en Kees naast elkaar op het ijs.

„Zeg, lui! lui! wacht even!” schreeuwde Kees doodsbang, dat zij hem hier alleen met Greet zouden laten zitten. „Greet heeft haar schaats verloren!

Het zestal stopte en Eddy raapte de schaats op.

„O jé! het teenleer is kapoet!” zei hij.

„Natuurlijk, zo iets kon je met meisjes alleen overkomen. Die keken de boel ook nooit nauwkeurig na, voordat ze gingen rijden. Dat was ’n pretje!

Daar zat Kees nou halfweg Gravenland met n meisje met ’n kapotte schaats!

Kitty vond het „sneu”, Loukie „vervelend” en Wies Borger: „ellendig, zeg!”

Greet zelf keek erg pruilerig naar het kapotte teenleer; zij zag geen uitkomst hoegenaamd.

„Wat nou?” vroeg Eddy.

„Ja, wat nou!” herhaalde Henk.

Teruggaan om één, dat was al te hard en doorgaan zonder Greet, ging toch ook bezwaarlijk.

„Als jij Greet op sleeptouw nam! Ze kan toch best op één been blijven staan!” stelde Bram Heesink aan Kees voor.

„Wel ja, dan „stept” ze!” zei Henk.

Sluiten