Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

_ „Nou zeg, ik ben geen trekos!” zei Kees.

Hij was al dood-op van het slepen geworden, toen Greet twee schaatsen onder had: hoe hij het moest doen, als zij maar op één stond, kon hij zich niet eens indenken.

Eddy had echter in de verte een „koek-en-zopie” ontdekt. Als ze daar eens naar toe reden! Misschien hadden ze in dat tentje wel het nodige om het teenleer te repareren.

Bram, Henk en Eddy zouden met hun meisjes vooruit rijden en bij het „koek-en-zopie” op de anderen wachten. Aldus werd besloten. Greet zette zich als een ooievaar op haar ene geschaatste been in postuur en Kees begon te trekken.

Harrejennig, het was, of er nu twee Greeten achter hem aanslierden. Nee, zo ging het ook niet; dat was al te zwaar!

„Weet je wat! Ik zal je duwen!” zei Kees en meteen ging hij achter zijn dame staan, pakte haar met zijn beide handen stevig in haar manteltje en begon haar als een slee voor zich uit te duwen.

Waarachtig, zo ging het! Ze schoten werkelijk op. Maar Kees had nog geen honderd meter gereden, of Greet riep:

„Zeg, Kees, wacht even, ik krijg zo’n kramp in m’n been!”

Hè, weer wat anders! Wat ’n gezeur!

„Ik moet even zitten!” zei Greet.

Ook dat nog! Nou, voordat Kees ooit weer ’n tocht met meisjes ging maken! Maar hij had toch medelijden met Greet en ging daarom maar goedig naast haar op het weiland zitten, om gezamenlijk geduldig te wachten, tot „de kramp in het been” weer over was.

„Zou het nou weer gaan?” vroeg hij na ’n paar minuten.

Greet zou het nog eens proberen en de duwpartij begon opnieuw. Maar al heel spoedig moest Greet weer zitten, omdat haar been opnieuw dienst ging weigeren.

„Nou, zo komen we d r wel!” zuchtte Kees.

„Hè wat vervelend,” klaagde Greet.

Ja, dat vond Kees ook.

„Als je je schaatsen eens afbond!” stelde hij voor.

Dat zou misschien het beste wezen; Greet zou dan maar naar het „koek-en-zopie” wandelen, terwijl Kees vooruitreed.

Sluiten