Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op dat ogenblik zagen zij Eddy terugkomen.

„Het is in orde!” riep hij hun al van verre toe. „Ze zullen d’r ’n nieuw teenleer inzetten!”

Prachtig, dan ging Kees maar met Eddy mee en Greet zou op haar eentje volgen.

„Nou, jullie mogen mij nog es meevragen!” zei Kees, toen hij met Eddy alleen was. „Ik ben nou al bek-af en we zijn nog niet eens half -weg!”

Eddy begreep, dat het niet het geschiktste moment was om te zeggen, dat hij het juist een „zalige” tocht vond. Kitty reed „verrukkelijk”, en Eddy was Kees dan ook erg dankbaar dat hij mee was gegaan, al voelde hij zich dan ook wel wat bezwaard over de serie ongelukken, die Kees met z’n meisje had gehad.

„’t Zal wel beter gaan, als je uitgerust bent!” troostte hij.

Kees had er niet veel fedusie in, maar hij kreeg zijn goed humeur toch terug, nu hij weer een ogenblik zo alleen met Eddy reed. En toen hij het hele gezelschap in het koek-en-zopie-tentje zag zitten, was hij alle ellende vergeten en riep luidruchtig tegen de pokdalige boerenjuffrouw, die breed achter haar tafeltje zat:

„Mij twee koppen chocolade, juffrouw, en tien korstjes!”

„Tien korstjes!” gichelden de meisjes.

„Ja, wat zou dat? Ik heb honger gekregen van dat trekken. Ik kan er wel twintig op, als het moet!” zei Kees en begon tegelijk op zijn eerste stuk taai-taai te knabbelen, terwijl hij de andere negen voor zich op de tafel wou neerleggen.

Wies Borger greep hem bij de arm en fluisterde hem in ’t oor:

„Pas op, Kees, die tafel is zo smerig!”

„Wel, da s niks, dat boen ik er wel af!” zei Kees en hij veegde met zijn linker elleboog de tafel schoon.

Wiesje Borger en Loukie van Dieren bleken erg „vies” uitgevallen, want toen ze de pokdalige juffrouw de kopjes zagen afdrogen met n doek, die lang geleden schoon was geweest, hadden zij op eens geen trek meer in chocolade.

De eigenares van de „koek-en-zopie” was erg in haar wiek ge-

Sluiten