Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoten, omdat de jongejuffrouwen haar „sjekela” onaangeroerd lieten staan. De vrouw van den burgemeester van Gravenland had vanmorgen in eigen persoon ’n kop bij haar gedronken.

„Toen was die doek zeker nog schoon!” fluisterde Wies Kees in ’t oor.

Doch ze durfden met bekennen, dat ze dat bruine lapje ’n beetje onsmakelijk vonden en zeiden daarom maar, dat ze met zo erg van chocolade hielden.

„Nou ik des te meer! riep Kees. „Geef ze maar aan mij, juffrouw! en hij zette de beide boordevolle koppen naast de twee, die hij zo pas besteld had.

Had je nou ooit van je leven! Om zo’n lap geen chocola drinken! Wat ’n onzin! Dan kon je nooit op het ijs wat drinken! ’t Smaakte immers net zo lekker, of die koppen met ’n witte of ’n bruine lap waren schoongemaakt!

Hè, wat hadden die meisjes toch altijd ’n kuren! Zou ’n jongen daar nou ooit aan denken! Bram, Henk en Eddy dronken toch ook uit die koppen! Nee, meisjes waren andere wezens dan jongens! Alleen Kitty, die was ’n uitzondering. Die was ten minste geen nuf.

Kees had juist zijn zesde korstje op, toen Greet aan kwam wandelen. Kees offreerde haar dadelijk erg gul alle voorradige lekkernijen: korstjes, Gravenlandse moppen, kussentjes en chocola, maar Greet die door Loulae van de malpropriteit der koek-enzopie-juffrouw op de hoogte was gebracht — verkoos enkel maar n jaaar kussentjes, om op te zuigen.

„Nou, jij moet het weten! zei Kees. „Geeft u mij dan nog maar n kop van dat lekkers! en hij begon aan zijn vijfde kop chocola.

Toen de man van de pokdalige juffrouw klaar was met het nieuwe teenleer en Greet na veel vijven en zessen eindelijk weer goed en wel op haar schaatsen stond, stapte het achttal op, om de tocht naar Gravenland voort te zetten. Kees was helemaal uitgerust en begon met nieuwe moed zijn meisje te trekken.

Een hele tijd ging ’t nu boven verwachting goed; Kees krabbelde

Sluiten