Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zijn meisje wel achteraan en de zweetdroppeltjes parelden op zijn voorhoofd, de wangen en zijn neus, maar hij kreeg haar toch vooruit. Doch langzamerhand was het kwakkelende paar een heel eind achter geraakt. Of de drie andere jongens dat langzame rijden begon te vervelen, dan wel of zij vreesden straks Greet weer te moeten slepen, dat wist Kees niet, maar wel zag hij, dat hij hoe langer hoe meer „afzakte”. En toen Kees — na ’n tien minuten weer als ’n paard te hebben getrokken — stopte en opkeek, bemerkte hij, dat de anderen zes wel een vijfhonderd meter voor hem reden.

Kees zette zijn handen voor zijn mond en schreeuwde, zo hard hij kon:

„Eddy! Henk! Bram!”

Jawel, ze hoorden het niet eens; ze reden kalm door.

„Eddy! Henk!” gilde hij nog eens.

Nee, hoor! ze waren al veel te ver weg.

„Wat flauwe kinderen!” zei Greet verontwaardigd.

„Misselijke streek!” bromde Kees.

Daar had je ’t nou! Hij was er wel goed genoeg voor geweest om mee te gaan en nu hij niet meer terug kon, lieten ze hem kalmweg zitten. Als hij dat toch vooruit geweten had! Nee, t viel Kees bitter tegen van Eddy en Henk! Zo iets had hij van Eddy vooral nooit verwacht!

Nou, voordat hij ooit weer meeging! Dan moesten er won¬

deren gebeuren! Nee, ze konden voortaan naar hem fluiten. Hij zou desnoods wel andere vrienden zoeken.

Maar toch ’t hinderde Kees meer, dan hij zich zelf wilde

bekennen. Dat Eddy, zijn beste vrind, hem zó liet zitten! Kees,

die de trouwhartigheid zelve was, kon zich zo iets niet begrijpen. En op eens voelde hij ’n brok in z’n keel.

Wel verdraaid! Nee, dat nooit! Greet behoefde er niets van te merken, hoe hij ’t zich aantrok. Verbeeld je, dat ze hem er misschien nog om uitlachte ook!

Kees beet zich op de lippen en zei, zo onverschillig mogelijk:

Sluiten